Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] ,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij afzonderlijke besluiten van 14 juni 2018 (hierna: de bestreden besluiten) heeft verweerder de aanvragen van eisers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als ongegrond. Tevens is bepaald dat zij niet in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd en wordt aan hen geen uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: Vw 2000) verleend.
Overwegingen
- nationaliteit, identiteit en herkomst van eisers;
- druk van de autoriteiten om eiser alsnog de dienstplicht te laten vervullen;
- illegale uitreis.
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de bestreden besluiten;
- bepaalt dat verweerder eisers in het bezit stelt van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, van de Vw 2000;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 1002.