ECLI:NL:RBDHA:2018:8983
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens onvoldoende aannemelijkheid onveiligheid in Georgië
Eiseres, een Georgische burger, diende op 31 mei 2018 een asielaanvraag in met het argument dat zij tussen 2000 en 2016 werd mishandeld door haar partner en geen bescherming kon zoeken bij de Georgische autoriteiten vanwege een zwijgcultuur en de connecties van haar partner als voormalig politieagent.
De Staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, stellende dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij geen bescherming kon krijgen in Georgië en dat zij zich niet onverwijld had gemeld. De rechtbank bevestigt dat Georgië als veilig land van herkomst geldt, waardoor de bewijslast bij eiseres ligt om het tegendeel te bewijzen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende onderzoek heeft gedaan en dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat het doen van aangifte zinloos of gevaarlijk was. Ook is het niet aannemelijk dat haar partner nog invloedrijke connecties heeft. De verklaring van eiseres over het niet direct melden wordt niet als verschoonbaar gezien.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.