ECLI:NL:RBDHA:2018:8917
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige bekering tot christendom
Eiser, een Iraanse staatsburger, diende op 30 november 2016 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hij stelde dat hij vervolging vreest vanwege zijn afvalligheid van de islam en zijn bekering tot het christendom. De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens gebrek aan geloofwaardigheid van de bekering.
De rechtbank oordeelde dat de identiteit en afvalligheid van eiser geloofwaardig zijn, maar dat de bekering tot het christendom niet aannemelijk is gemaakt. De overgelegde doopakte kon het oordeel van de staatssecretaris niet weerleggen. Daarnaast heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij geringe indicaties van vervolging ondervindt.
De rechtbank stelde vast dat eiser geen persoonlijke problemen had ondervonden vanwege zijn afvalligheid en dat zijn vertrek uit Iran niet vanwege afvalligheid was, maar vanwege de bekering die niet geloofwaardig werd geacht. Ook de beweringen over familieproblemen waren onvoldoende. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege ongeloofwaardige bekering tot het christendom.