ECLI:NL:RBDHA:2018:8651
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen beëindiging opvang asielzoeker
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd en verzocht om een voorlopige voorziening. Het bestreden besluit van 28 juni 2018 wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond en verleende geen uitstel van vertrek.
De voorzieningenrechter overweegt dat op grond van artikel 8:81 Awb Pro bij onverwijlde spoed een voorlopige voorziening kan worden getroffen en dat op grond van artikel 8:83 Awb Pro zonder zitting kan worden beslist indien het verzoek kennelijk gegrond is. Verzoeker stelt dat het COA de opvang per 5 juli 2018 zal beëindigen en beroept zich op het arrest Gnandi van het Hof van Justitie, dat opvangrechten tijdens de beroepsprocedure bevestigt.
Gezien het spoedeisende belang en het feit dat de inhoudelijke behandeling van het beroep op 24 juli 2018 gepland staat, weegt het belang van verzoeker bij voortzetting van de opvang zwaarder dan het belang van verweerder bij beëindiging. Daarom wordt de voorlopige voorziening toegewezen, waardoor verzoeker niet mag worden uitgezet en de opvang wordt voortgezet totdat de rechtbank uitspraak doet op het beroep.
Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op €501. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoeker mag niet worden uitgezet en behoudt opvang totdat op het beroep is beslist.