ECLI:NL:RBDHA:2018:8642
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis wegens ontbreken feitelijke gezinsband
Eiseres, van Eritrese nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis, aangevraagd door referent die een verblijfsvergunning asiel heeft. Verweerder wees de aanvraag af omdat niet was aangetoond dat eiseres feitelijk tot het gezin van referent behoorde op het moment van diens binnenkomst in Nederland.
De rechtbank overwoog dat referent in 2010 met een ander was gehuwd en dat hij tijdens een interview in het kader van de nareisprocedure geen relatie met eiseres heeft genoemd. Tevens was de feitelijke gezinsband met zijn echtgenote pas in augustus 2014 verbroken. Verweerder heeft terecht geoordeeld dat de feitelijke gezinsband met eiseres ontbrak.
Het beroep op artikel 8 EVRM Pro en artikel 3 IVRK Pro werd verworpen, mede omdat het kind van eiseres en referent reeds in Nederland verblijft en eiseres een reguliere gezinsherenigingsaanvraag kan indienen. Ook het betoog dat eiseres niet is gehoord faalde, aangezien verweerder zich op een kennelijk ongegrond bezwaar kon beroepen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter J.J.P. Bosman op 17 juli 2018.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis wordt ongegrond verklaard.