ECLI:NL:RBDHA:2018:842
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet-inhandelingneming asielaanvraag wegens Dublinverordening Italië
Eiser diende op 16 oktober 2017 een asielaanvraag in, maar deze werd niet in behandeling genomen omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Uit Eurodac bleek dat eiser eerder in Italië en Duitsland asiel had aangevraagd. De staatssecretaris verzocht Italië om terugname, wat werd bevestigd door de Italiaanse autoriteiten.
Eiser voerde aan dat Italië zijn verdragsverplichtingen niet zou nakomen, maar de rechtbank oordeelde dat de situatie in Italië, ondanks enkele tekortkomingen in de opvangvoorzieningen, niet zodanig is dat overdracht in strijd is met artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel blijft volgens de rechtbank van toepassing.
De rechtbank verwees naar jurisprudentie van het EHRM en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die de opvangsituatie in Italië als voldoende beschouwt. Ook het feit dat de asielaanvraag in Italië al was afgewezen, deed hieraan niet af. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wegens verantwoordelijkheid Italië is ongegrond verklaard.