ECLI:NL:RBDHA:2018:8264
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en Kroatische verantwoordelijkheid
Eiser, een Syrische nationaliteit, diende op 8 maart 2018 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Kroatië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Uit Eurodac-gegevens bleek dat eiser eerder asielverzoeken in Duitsland en Kroatië had ingediend. Kroatië stemde in met terugname van eiser.
Eiser stelde dat hij in Kroatië mishandeld was en geen adequate medische zorg had ontvangen, maar ondersteunde deze stellingen niet met bewijs zoals medische rapporten of aangiften. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat Kroatië zijn internationale verplichtingen niet zou nakomen.
De rechtbank verwierp ook de stellingen van eiser over slechte opvang en schendingen van richtlijnen, omdat deze niet specifiek op zijn situatie van toepassing waren en hij niet aannemelijk had gemaakt dat hij geen toegang tot klachtenprocedures had. Het beroep werd ongegrond verklaard en verweerder hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.