ECLI:NL:RBDHA:2018:8205
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen overplaatsingsbesluit asielzoeker op grond van Dublinverordening
Eiser, een alleenstaande meerderjarige man uit Irak, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om hem over te plaatsen naar Italië op grond van de Dublinverordening. De rechtbank oordeelt dat Oostenrijk en vervolgens Italië verantwoordelijk zijn voor de behandeling van zijn asielverzoek, omdat hij eerder asiel heeft gevraagd in deze landen en Italië niet tijdig heeft gereageerd op het verzoek tot terugname.
Eiser betwistte dat hij in Italië asiel heeft aangevraagd, maar de rechtbank acht de Eurodac-gegevens en de stilzwijgende acceptatie van Italië voldoende bewijs. Daarnaast is geen reden om te twijfelen aan de toegang van eiser tot de asielprocedure in Italië, ondanks zijn verwijzing naar rapporten over systeemfouten.
De rechtbank wijst ook het beroep van eiser af dat hij vanwege zijn zorg voor zijn moeder in Nederland mocht blijven. Hij is meerderjarig en maakt geen deel meer uit van het gezin, en zijn moeder wordt adequaat verzorgd door andere familieleden. Er is geen instemmingsverklaring overgelegd en geen aanleiding om discretionaire bevoegdheid toe te passen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het overplaatsingsbesluit naar Italië wordt ongegrond verklaard.