ECLI:NL:RBDHA:2018:8196
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom wegens overtreding zorgvuldigheidseisen houtimport
Verzoekster importeert teakhout uit Myanmar en kreeg een last onder dwangsom opgelegd wegens het niet volledig naleven van het stelsel van zorgvuldigheidseisen zoals voorgeschreven in de Houtverordening (EU) nr. 995/2010. De last is opgelegd omdat verzoekster onvoldoende documenten kon overleggen die de herkomst en legaliteit van het hout aantonen, waaronder essentiële documenten zoals Form B en C.
Verzoekster betwist de overtreding en stelt dat zij het stelsel heeft toegepast en dat het ontbreken van bepaalde documenten niet verplicht is, mede omdat de Myanmarese overheid deze niet verstrekt. Tevens voert zij aan dat de last onevenredig is en neerkomt op een boycot van teakhout uit Myanmar, en dat de begunstigingstermijn te kort is.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de ontbrekende documenten essentieel zijn voor het minimaliseren van het risico op illegale kap en dat verweerder bevoegd was handhavend op te treden. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel wordt verworpen omdat Nederland een eigen handhavingsbeleid voert. De begunstigingstermijn van twee maanden wordt als voldoende beschouwd.
Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom wordt afgewezen.