Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[de persoon 1] ,
Procesverloop
.De rechtbank/voorzieningenrechter (hierna: rechtbank) heeft het onderzoek ter zitting gesloten.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Pakistaanse man, verzocht om een verblijfsdocument als familielid van een EU-burger, zijn Nederlandse echtgenote. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser onvoldoende aannemelijk zou hebben gemaakt dat hij en zijn echtgenote ten minste drie maanden in Spanje hadden verbleven en daar gezinsleven hadden opgebouwd.
De rechtbank stelde vast dat eiser en zijn echtgenote vanaf 1 september 2016 tot 5 januari 2017 in Spanje verbleven. Dit werd onderbouwd met officiële documenten, waaronder een arbeidsovereenkomst, een overzicht van het werkzame leven van de echtgenote in Spanje, inschrijving in het Spaanse bevolkingsregister, verklaringen van derden en WhatsApp-berichten.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom deze stukken niet overtuigend zouden zijn. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd; verweerder moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen.