ECLI:NL:RBDHA:2018:7992
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en opwaardering van polderkades met beschermingszones in Delfland
Eisers, eigenaren van agrarische percelen in de polder Delfland, hebben beroep ingesteld tegen het besluit van het Hoogheemraadschap van Delfland tot vaststelling van leggers Wateren, Polderkaden en Regionale waterkeringen. Het besluit omvat onder meer de opwaardering van peilscheidingen tot polderkades met beschermingszones, noodzakelijk voor de waterstaatskundige veiligheid van het lager gelegen achterland.
De rechtbank stelt vast dat eisers geen inhoudelijke gronden hebben aangevoerd tegen het nut en de noodzaak van de opwaardering. Hun beroepsgronden richten zich op schadeloosstelling en vergoeding van kosten die voortvloeien uit het besluit, welke buiten de reikwijdte van het bestreden besluit vallen. Het waterstaatkundig belang is leidend bij de vaststelling van de legger, financiële belangen van eisers spelen geen rol.
Verweerder heeft aan eisers watervergunningen verleend die het gebruik van de polderkades voor beweiding onder voorwaarden mogelijk maken, waarmee gedeeltelijk tegemoet is gekomen aan hun bezwaren. Voor eventuele schadevergoeding kunnen eisers een nadeelcompensatieprocedure starten. Het verzoek om toezegging over toekomstig beheer valt buiten het bestreden besluit.
De rechtbank concludeert dat verweerder in redelijkheid tot de opwaardering heeft kunnen besluiten en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de vaststelling en opwaardering van de polderkades.