ECLI:NL:RBDHA:2018:7914
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep Russische homoseksuele asielzoeker wegens onvoldoende motivering IND
Een Russische homoseksuele asielzoeker verzocht om een verblijfsvergunning asiel, nadat hij in Rusland vanwege zijn seksuele geaardheid en toegedichte mormoonse religie negatieve aandacht van de autoriteiten kreeg. De IND wees de aanvraag af wegens onvoldoende aannemelijkheid van vervolgingsrisico.
De rechtbank oordeelde dat de IND onvoldoende had gemotiveerd waarom de bekering tot het mormoonse geloof niet aannemelijk was en waarom het risico op vervolging vanwege zijn LHBT-activiteiten en religie niet bestond. De rechtbank stelde dat de verklaringen van de asielzoeker over zijn ervaringen met de Russische veiligheidsdienst en zijn activiteiten in de LHBT-gemeenschap geloofwaardig waren.
Verder vond de rechtbank dat de medische situatie van eiser geen belemmering vormde voor het horen en dat de IND onvoldoende rekening had gehouden met het feit dat de mormoonse kerk door de Russische autoriteiten wordt gemonitord. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en gaf de IND zes weken om een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering van de IND.