ECLI:NL:RBDHA:2018:7896
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.H. van Breda
- Tj. Gerbranda
- R. Ortlep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod na onjuiste toetsing familie- en gezinsleven onder artikel 8 EVRM
Eiser, van Azerbeidzjaanse nationaliteit, kreeg een inreisverbod van vijf jaar opgelegd na afwijzing van zijn verblijfsvergunningaanvraag. De rechtbank oordeelde in een tussenuitspraak dat verweerder onjuiste toetsingsmaatstaven hanteerde bij de beoordeling van het familie- en gezinsleven zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro, met name ten aanzien van de emotionele banden met zijn meerderjarige kinderen en kleinkinderen.
Na herstel van deze gebreken door verweerder, waarbij onder meer werd vastgesteld dat er geen meer dan normale emotionele banden met de kinderen zijn en geen hechte persoonlijke banden met de kleinkinderen, heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard en de vernietiging van het besluit uitgesproken. De rechtbank liet de rechtsgevolgen van het besluit echter in stand omdat de gebreken waren hersteld.
Eiser werd in de proceskosten veroordeeld, maar een verzoek tot vergoeding van reiskosten werd afgewezen wegens onbekend woonadres. Het beroep was beperkt tot de toetsing van artikel 8 EVRM Pro en andere gronden werden niet meer behandeld. De uitspraak bevestigt het belang van correcte toetsing van familie- en gezinsleven bij inreisverboden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand na herstel van de gebreken.