ECLI:NL:RBDHA:2018:7757
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onder toezichtstelling van drie minderjarige kinderen wegens zorgelijke opvoedingssituatie
De zaak betreft een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot ondertoezichtstelling van drie minderjarige kinderen die in 2017 vanuit Syrië naar Nederland zijn gekomen. De kinderen hebben mogelijk traumatische ervaringen opgedaan in het oorlogsgebied en tijdens de vlucht, en vertonen diverse zorgelijke gedragingen zoals schoolverzuim, boosheid en een melding van seksueel misbruik binnen het gezin.
De ouders zijn gescheiden en hebben gezamenlijk het ouderlijk gezag. De communicatie tussen hen is problematisch, met conflicten en wisselende afspraken die de stabiliteit van de kinderen ondermijnen. De vader heeft fysieke beperkingen die zijn opvoedcapaciteit beïnvloeden. De moeder is betrokken bij hulpverlening maar toont ambivalentie ten aanzien van het volledig accepteren van de hulp.
De kinderrechter acht de wettelijke gronden voor ondertoezichtstelling aanwezig, gezien de zorgen over de ontwikkeling van de kinderen en het ontbreken van adequate hulpverlening. De maatregel wordt opgelegd voor de duur van één jaar, waarbij een gecertificeerde instelling de regie krijgt over de hulpverlening en de belangen van de kinderen behartigt.
Uitkomst: De kinderrechter stelt de drie minderjarige kinderen voor één jaar onder toezicht van een gecertificeerde instelling vanwege zorgelijke omstandigheden en het ontbreken van adequate hulpverlening.