ECLI:NL:RBDHA:2018:759
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering vervallenverklaring tenaamstelling kenteken na verkoop voertuig
Eiser verzocht de RDW om de tenaamstelling van een voertuig op zijn naam te laten vervallen, omdat het voertuig door zijn zoon aan een derde was overgedragen die de tenaamstelling niet had aangepast. De RDW weigerde dit verzoek en verklaarde het bezwaar van eiser ongegrond. Eiser stelde dat hij herhaaldelijk contact had gezocht met de nieuwe eigenaar en diens boekhouder zonder resultaat, en dat een civiele procedure kostbaar zou zijn.
De rechtbank overwoog dat artikel 40c van het Kentekenreglement uitzonderingssituaties regelt waarin het niet mogelijk is de tenaamstelling via reguliere procedures te wijzigen. De RDW heeft beoordelingsvrijheid en eiser moest aannemelijk maken dat civiele weg niet mogelijk was. De rechtbank vond dat eiser onvoldoende had aangetoond dat civiele middelen onhaalbaar zijn en dat het redelijk is van eiser te verwachten dat hij deze weg benut.
De RDW toonde bereidheid om na te gaan of het voertuig in het Spaanse kentekenregister staat ingeschreven. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van de RDW om de tenaamstelling niet te laten vervallen is ongegrond verklaard.