ECLI:NL:RBDHA:2018:7564
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding advocaatkosten mediation door werkgever
Eiseres was sinds 2006 werkzaam bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg en viel in 2015 uit wegens ziekte. Op advies van de bedrijfsarts startten partijen een mediationtraject waarbij verweerder de mediator volledig vergoedde. Eiseres werd bijgestaan door een advocaat en vorderde vergoeding van deze kosten, onder de afspraak dat vergoeding zou volgen indien mediation tot een definitieve oplossing zou leiden.
De mediation vond plaats tussen november 2015 en januari 2016, maar leidde niet tot een schriftelijke vaststellingsovereenkomst. Eiseres hervatte haar werkzaamheden in maart 2016 en werd in februari 2017 tijdelijk elders geplaatst. De rechtbank oordeelt dat de herstelmelding en hervatting van werkzaamheden niet direct het resultaat waren van mediation.
De rechtbank stelt dat de advocaatbijstand tijdens mediation niet verplicht was en dat geen wettelijke of algemene rechtsgrond bestaat voor vergoeding van de advocaatkosten door verweerder. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van vergoeding van advocaatkosten mediation wordt ongegrond verklaard.