ECLI:NL:RBDHA:2018:7257

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
31 mei 2018
Publicatiedatum
19 juni 2018
Zaaknummer
NL18.9685
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 EVRMArt. 4 Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen niet-ontvankelijk verklaring asielaanvraag statushouder in Griekenland

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet-ontvankelijk te verklaren, omdat hij in Griekenland internationale bescherming geniet. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting op 31 mei 2018 gehouden en onmiddellijk uitspraak gedaan.

De rechtbank overweegt dat hoewel de situatie voor statushouders in Griekenland moeilijk is, dit niet betekent dat terugkeer automatisch leidt tot een situatie die strijdig is met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 van Pro het Handvest van de Grondrechten van de EU. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel blijft daarom van toepassing.

Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij alle mogelijkheden in Griekenland heeft benut om zijn situatie te verbeteren of dat hij niet bij de Griekse autoriteiten kan klagen bij problemen. De rechtbank concludeert dat de aanvraag terecht niet-ontvankelijk is verklaard en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag terecht niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL18.9685
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser

(gemachtigde: mr. A. de Raad),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. R.P.G. van Bel).

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 22 mei 2018 (het bestreden besluit).
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 31 mei 2018. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet-ontvankelijk verklaard, omdat eiser in Griekenland internationale bescherming geniet. Verweerder stelt zich op het standpunt dat van eiser als statushouder redelijkerwijs verwacht kan worden dat hij naar Griekenland terugkeert.
2. Uit de uitspraak van 30 mei 2018 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat de situatie voor statushouders in Griekenland moeilijk is, maar dat niet op voorhand gezegd kan worden dat zij bij terugkeer in een situatie terecht zullen komen die strijdig is met artikel 3 van Pro het EVRM en artikel 4 van Pro het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie, waardoor niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel zou kunnen worden uitgegaan.
3. Hetgeen eiser in beroep heeft aangevoerd geeft de rechtbank geen aanleiding voor een ander oordeel. Daarbij is van belang dat een deel van de door eiser aangehaalde stukken reeds door de Afdeling is beoordeeld in zijn uitspraak en dat uit de overige door eiser genoemde stukken geen ander beeld naar voren komt dan door de Afdeling is geschetst.
4. Uit het persoonlijk relaas van eiser blijkt niet dat eiser alle mogelijkheden in Griekenland heeft benut om zijn situatie daar te verbeteren. Gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel moet worden aangenomen dat eiser bij voorkomende problemen in Griekenland kan klagen bij de Griekse autoriteiten. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij die mogelijkheden niet heeft.
5. De aanvraag is terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is ongegrond.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van
mr. A.E. Paulus, griffier op 31 mei 2018.
Het proces-verbaal is digitaal ondertekend en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.