ECLI:NL:RBDHA:2018:7140
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke vernietiging afwijzing visum kort verblijf wegens schending hoorplicht en zorgvuldigheidsbeginsel
Eiser, een Syrische gepensioneerde die in Saoedi-Arabië verblijft, vroeg een visum kort verblijf aan om familie in Nederland te bezoeken. De aanvraag werd afgewezen omdat het doel en de omstandigheden van het verblijf onvoldoende waren aangetoond en onvoldoende middelen van bestaan werden geacht te zijn aangetoond.
Eiser voerde aan dat hij voldoende bewijs had geleverd van het familiebezoek en dat de garantsteller wel degelijk over voldoende en duurzaam inkomen beschikte. Tevens stelde eiser dat verweerder ten onrechte de sociale binding met Saoedi-Arabië en Syrië onvoldoende had meegewogen en dat hij onterecht niet was gehoord over belangrijke punten.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de hoorplicht had geschonden door eiser niet te horen over het doel van het verblijf en de tegenstrijdigheden in verklaringen. Ook was de afwijzing op basis van onvoldoende middelen onjuist, omdat de strengere eisen voor verblijfsvergunningen niet van toepassing zijn op een visum kort verblijf.
Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen.