ECLI:NL:RBDHA:2018:7137
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan wegens onvoldoende werkzoekend status
Eiseres, een Britse staatsburger, ontving vanaf 1 juli 2017 een bijstandsuitkering en werd onderzocht door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vanwege twijfel over haar rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan. Verweerder stelde vast dat eiseres geen rechtmatig verblijf had omdat zij niet voldeed aan de criteria voor economisch actieve status, zoals het verrichten van reële en daadwerkelijke arbeid of het zijn van een werkzoekende met een reële kans op werk.
Eiseres voerde aan dat zij wel degelijk solliciteerde en een reële kans op werk had, met bewijs van sollicitatie-e-mails en een later overgelegd arbeidscontract. De rechtbank oordeelde echter dat het contract in de beroepsfase niet meegewogen kon worden bij de ex tunc-toets en dat de sollicitaties onvoldoende bewijs vormden van een reële kans op werk. Ook was onvoldoende aangetoond dat het beroep op publieke middelen slechts tijdelijk was.
Verder oordeelde de rechtbank dat het niet horen van eiseres in bezwaar niet onrechtmatig was, omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard omdat zij geen rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan had.