ECLI:NL:RBDHA:2018:712
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen weigering persoonsgebonden aftrek en heffingskortingen in inkomstenbelasting 2015
Eiser heeft in zijn aangifte inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) voor het jaar 2015 een restant persoonsgebonden aftrek geclaimd, alsmede uitbetaling van de algemene heffingskorting en recht op jonggehandicaptenkorting. Tevens vorderde hij verrekening van verliezen uit voorgaande jaren.
Verweerder heeft deze posten buiten aanmerking gelaten bij het vaststellen van de aanslag, omdat eiser deze niet voldoende had onderbouwd. Na het opleggen van de aanslag heeft eiser een herziene aangifte ingediend, maar ook hierin bleef de onderbouwing achterwege.
De rechtbank oordeelt dat de last van bewijs bij eiser ligt om aannemelijk te maken dat hij recht heeft op de genoemde aftrekposten en heffingskortingen. Nu eiser geen voldoende bewijs heeft geleverd, zijn de correcties van verweerder terecht en wordt het beroep ongegrond verklaard.
Eiser is niet verschenen op de zitting, ondanks tijdige en correcte oproeping. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter M.A. Dirks op 23 januari 2018.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting 2015 wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende onderbouwing van aftrekposten en heffingskortingen.