ECLI:NL:RBDHA:2018:6950
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit langdurig ingezetenenvergunning wegens onevenredige inburgeringseis
Eiseres, een Amerikaanse onderdaan met een langdurig legaal verblijf in Nederland en een hoge mate van integratie, diende een aanvraag in voor een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen. Deze aanvraag werd afgewezen omdat zij niet aan alle inburgeringseisen voldeed, met name de onderdelen ‘Kennis van de Nederlandse maatschappij’ en ‘Oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt’. De rechtbank oordeelde dat deze aanvullende eisen niet evenredig waren gezien het hoge taalniveau van eiseres, haar jarenlange verblijf bij een Nederlandse partner, haar sociale banden en haar werk in een Nederlandstalig bedrijf.
De rechtbank baseerde haar oordeel op het evenredigheidsbeginsel en de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie, waarin wordt benadrukt dat nationale maatregelen passend en noodzakelijk moeten zijn om het doel van integratie te bereiken. In dit geval waren de aanvullende cursussen een onnodige belasting voor eiseres en droegen zij niet meer bij aan het integratiedoel.
Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd omdat de aanvullende inburgeringseisen voor eiseres niet evenredig zijn.