ECLI:NL:RBDHA:2018:6916
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens bescherming in Zweden ondanks persoonlijke omstandigheden
Eiser, een Jamaicaanse nationaliteit dragende persoon, diende op 6 mei 2018 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eiser sinds 2016 in Zweden internationale bescherming geniet.
Eiser voerde aan dat hij in Zweden niet kan aarden en zijn homoseksualiteit niet voldoende kan uiten, wat leidde tot een depressieve toestand en suïcideneigingen. Hij stelde dat verweerder nader onderzoek naar zijn medische situatie had moeten verrichten. Tevens wees hij op een aangifte bij de Zweedse politie wegens belediging op grond van geaardheid.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt ten aanzien van Zweden en dat de persoonlijke omstandigheden van eiser onvoldoende zijn om hiervan af te wijken. Het medisch dossier van eiser bevatte geen ondersteuning voor zijn klachten, en hij werd in Zweden medisch behandeld voor HIV. Het verschil in uitingsvrijheid van zijn geaardheid tussen Zweden en Nederland rechtvaardigt geen verblijfsvergunning in Nederland.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat eiser in Zweden internationale bescherming geniet.