Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Beslissing
Overwegingen
5 april 2018 aanvaard.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende persoon geboren in 1991, diende op 20 maart 2018 een asielverzoek in Nederland in. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, nam dit verzoek niet in behandeling op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening (EU-verordening nr. 604/2013).
Eiser stelde dat bijzondere individuele omstandigheden, waaronder psychische problemen en slechte ervaringen met opvangvoorzieningen in Zwitserland, maakten dat Nederland het verzoek op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening aan zich had moeten trekken. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder mocht uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat de medische problemen van eiser niet van dien aard waren dat sprake was van onevenredige hardheid bij overdracht aan Zwitserland.
De rechtbank nam ook in aanmerking dat eiser in Zwitserland al eerder medische hulp had ontvangen en dat hij niet had aangetoond dat Nederland het meest aangewezen land was voor zijn medische behandeling. De wens van eiser om in Nederland te blijven werd terecht buiten beschouwing gelaten. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.