ECLI:NL:RBDHA:2018:6731
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende persoon, diende op 25 maart 2018 een aanvraag tot verblijfsvergunning asiel in Nederland in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat op basis van de Dublinverordening Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiser voerde aan dat Duitsland niet voldoet aan internationale verplichtingen en dat er risico bestaat op refoulement. De rechtbank overwoog dat Duitsland is aangesloten bij het EVRM en het Vluchtelingenverdrag en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt. Eiser slaagde er niet in om met stukken aannemelijk te maken dat Duitsland tekortschiet in de asielprocedure of opvang.
Ook het argument dat Duitsland de Procedurerichtlijn niet naleeft, werd verworpen omdat eiser zich hierover bij de Duitse autoriteiten moet beklagen. De rechtbank zag geen reden om het besluit aan zich te trekken. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.