ECLI:NL:RBDHA:2018:6727
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen overdrachtsbesluit op grond van Dublinverordening ondanks medische klachten
Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende persoon, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om hem over te dragen aan de Duitse autoriteiten op grond van de Dublinverordening. Eiser stelde dat het overdrachtsbesluit onrechtmatig was vanwege een onrechtmatige inbewaringstelling en zijn psychische problemen die een medische beoordeling zouden vereisen.
De rechtbank oordeelde dat het feit dat eiser een verzoek om internationale bescherming in Duitsland heeft ingediend en dat dit verzoek nog in behandeling is, het verzoek tot overdracht rechtvaardigt. De rechtmatigheid van de inbewaringstelling is in deze procedure niet relevant voor de beoordeling van het overdrachtsbesluit.
Verder concludeerde de rechtbank dat eiser zijn psychische klachten onvoldoende had onderbouwd en geen concrete aanwijzingen had geleverd dat hij niet in staat zou zijn naar Duitsland te reizen of dat de medische zorg daar onvoldoende zou zijn. Mede daarom was een medisch onderzoek niet noodzakelijk.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter J.J.P. Bosman en griffier J.C. de Grauw op 7 juni 2018.
Uitkomst: Het beroep tegen het overdrachtsbesluit naar Duitsland wordt ongegrond verklaard.