ECLI:NL:RBDHA:2018:6598
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag Somalische nationaliteit wegens onvoldoende nieuw feiten en vestigingsalternatief
Eiser, met de Somalische nationaliteit, diende een opvolgende asielaanvraag in nadat zijn eerdere aanvraag was afgewezen. De voorzieningenrechter had eerder bepaald dat verweerder onvoldoende had onderzocht of eiser bij terugkeer een reëel risico liep op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro vanwege herkenning door Al-Shabaab.
In het bestreden besluit heeft verweerder dit risico beoordeeld en geconcludeerd dat er een vestigingsalternatief bestaat in een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is, namelijk [stad]. Eiser voerde aan dat hij mishandeld was door Al-Shabaab en dat de bewijslast omgekeerd moest worden, maar de rechtbank oordeelde dat het asielrelaas ongeloofwaardig blijft en verweerder voldoende onderzoek heeft gedaan.
De rechtbank overweegt dat eiser onvoldoende nieuwe feiten of veranderde omstandigheden heeft aangevoerd en dat het vestigingsalternatief redelijk is, ondanks het ontbreken van familie in [stad]. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.