ECLI:NL:RBDHA:2018:6591
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Frankrijk volgens Dublinverordening
Eiser, een Tsjadische nationaliteit, diende op 16 maart 2018 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel in Nederland. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat Frankrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Nederland had een verzoek tot terugname aan Frankrijk gedaan, dat dit verzoek accepteerde.
Eiser betoogde dat de procedure onzorgvuldig was verlopen en dat hij in Frankrijk geen opvang had ontvangen en op straat had moeten leven. De rechtbank overwoog dat Frankrijk is aangesloten bij internationale verdragen en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, tenzij eiser aannemelijk maakt dat er tekortkomingen zijn in de Franse asielprocedure en opvangvoorzieningen. Dit is niet voldoende aangetoond.
De rechtbank oordeelde dat de problemen met opvang en ondersteuning in Frankrijk niet zodanig zijn dat de overdracht in de weg staat. Ook was er geen aanleiding om de asielaanvraag zelf te behandelen op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. Het beroep is ongegrond verklaard omdat de procedure zorgvuldig is verlopen en eiser geen concrete klachten bij Franse autoriteiten heeft ingediend.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.