ECLI:NL:RBDHA:2018:645
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit Dublinprocedure wegens niet-meenemen tijdige zienswijze
Eiser, met Algerijnse nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in, die werd geweigerd omdat Duitsland verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. Eiser stelde dat hij tijdig een zienswijze had ingediend, maar dat deze ten onrechte niet was meegenomen in het besluit. De rechtbank stelde vast dat de zienswijze inderdaad niet was meegenomen, wat een gebrek aan zorgvuldigheid opleverde en het besluit vernietigde.
Desondanks liet de rechtbank de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand, omdat het besluit voldoende gemotiveerd was en Duitsland de verantwoordelijkheid voor de asielprocedure had aanvaard. Eiser voerde aan dat Nederland zich niet voldoende had vergewist van het naleven van internationale verplichtingen door Duitsland, maar de rechtbank volgde dit niet vanwege het interstatelijk vertrouwensbeginsel.
Ook het beroep van eiser op solidariteit tussen lidstaten en het onverplicht aan zich trekken van de aanvraag door Nederland werd afgewezen. De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiser. Het vonnis werd uitgesproken door rechter M.J.L. van der Waals op 23 januari 2018.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en verweerder wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.