Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[naam 1] , en,
:eisers),
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
acht wekenna verzending van deze uitspraak een besluit op het bezwaar neemt;
Rechtbank Den Haag
Eisers dienden een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis, welke door de staatssecretaris werd afgewezen. Eisers maakten bezwaar tegen dit besluit, maar de staatssecretaris besloot niet tijdig op het bezwaar. Hiertegen stelde eisers beroep in bij de rechtbank wegens het niet tijdig beslissen.
De rechtbank constateerde dat de staatssecretaris erkende niet tijdig te hebben beslist en dat het beroep gegrond was. De rechtbank sloot het onderzoek en vernietigde het besluit dat gelijkstaat aan het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank stelde vast dat de staatssecretaris inmiddels een maximale dwangsom van € 1.260 verschuldigd was.
De staatssecretaris verzocht om een langere beslistermijn vanwege noodzakelijk DNA-onderzoek om de gezinsband te onderzoeken. De rechtbank oordeelde dat deze termijn niet onredelijk was, maar stelde een termijn van acht weken voor het nemen van een besluit na verzending van de uitspraak. Voor het overschrijden van deze termijn werd een dwangsom van € 100 per dag met een maximum van € 15.000 vastgesteld.
Tot slot veroordeelde de rechtbank de staatssecretaris tot betaling van de proceskosten van € 250,50 en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 170 aan eisers. De uitspraak werd gedaan door rechter B.F.Th. de Roos op 28 mei 2018.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig beslissen vernietigd, en de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van dwangsommen en proceskosten.