ECLI:NL:RBDHA:2018:6327
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf nareis wegens verbroken feitelijke gezinsband
Eisers, beiden meerderjarig en van Syrische nationaliteit, vroegen een machtiging tot voorlopig verblijf aan in het kader van nareis bij hun vader, de referent, die in Nederland verblijft. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat eisers ten tijde van de aanvraag meerderjarig waren en de feitelijke gezinsband met de referent verbroken zou zijn. Verweerder stelde dat eisers zelfstandig in hun levensonderhoud voorzien en geen normale afhankelijkheidsrelatie met de referent hadden.
Eisers voerden aan dat de besluitvorming onzorgvuldig was en dat er sprake was van meer dan normale emotionele banden, mede door de moeilijke omstandigheden die het gezin had doorgemaakt en het overlijden van de verloofde van eiseres. De rechtbank oordeelde dat de lange duur van de procedure niet onzorgvuldig was vanwege het noodzakelijke DNA-onderzoek en dat het beleid van verweerder niet onredelijk was.
De rechtbank stelde vast dat eisers zelfstandig in hun onderhoud voorzien en dat dit voldoende is om aan te nemen dat de feitelijke gezinsband is verbroken. Ook was er geen bewijs voor meer dan normale emotionele banden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf nareis wordt ongegrond verklaard wegens verbroken feitelijke gezinsband.