ECLI:NL:RBDHA:2018:6324
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsdocument wegens schijnhuwelijk met Spaanse partner
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende persoon, heeft een aanvraag ingediend om bij zijn Spaanse echtgenote in Nederland te mogen verblijven. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees deze aanvraag af op grond van vermoedens van een schijnhuwelijk, bedoeld om misbruik te maken van het recht op vrij verkeer en verblijf volgens de Verblijfsrichtlijn 2004/38/EG.
Tijdens de hoorzitting werden tegenstrijdige en ongeloofwaardige verklaringen van eiser en zijn echtgenote vastgesteld over de wijze van kennismaking, samenwonen en het huwelijk. De rechtbank vond de verklaringen bevreemdingwekkend en onvoldoende onderbouwd, ook de door eiser overgelegde 45 gelijkluidende verklaringen konden deze tegenstrijdigheden niet wegnemen.
De rechtbank oordeelde dat de Staatssecretaris terecht het verblijfrecht heeft geweigerd vanwege het vermoeden van een schijnrelatie en dat onvoldoende is gebleken van communicatieproblemen bij het IND-loket. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsdocument wegens een schijnhuwelijk wordt ongegrond verklaard.