Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Bewijsoverwegingen
weet– in de zin van onvoorwaardelijk opzet – dat de organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk had. Wetenschap of een andere vorm van opzet ten aanzien van één of meer concrete misdrijven is niet noodzakelijk. Evenmin is vereist dat vast is komen te staan dat de verdachte, om als deelnemer aan die organisatie te kunnen worden aangemerkt, moet hebben samengewerkt, althans bekend moet zijn geweest, met alle andere personen die deel uitmaken van de organisatie of dat de samenwerking van het samenwerkingsverband steeds hetzelfde is.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De inbeslaggenomen goederen
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
90 (NEGENTIG) DAGEN;
200 (TWEEHONDERD) UREN;
100 (HONDERD) DAGEN;