ECLI:NL:RBDHA:2018:6272
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen schending EVRM artikel 3 bij overdracht asielzoeker naar Italië ondanks seksuele geaardheid
Eiser, een homoseksuele asielzoeker, diende op 15 januari 2018 een asielaanvraag in in Nederland. Uit het Eurodac-systeem bleek dat hij eerder in Italië en Duitsland asiel had aangevraagd. Duitsland wees de aanvraag af en achtte Italië verantwoordelijk. Nederland verzocht Italië om terugname, welke instemde.
De rechtbank overwoog dat op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag worden aangenomen dat Italië zijn internationale verplichtingen nakomt. Alleen indien aannemelijk wordt gemaakt dat het asiel- en opvangsysteem in Italië zodanige tekortkomingen vertoont dat een schending van artikel 3 EVRM Pro dreigt, kan hiervan worden afgeweken.
Eiser stelde dat hij als homoseksueel in Italië niet zou kunnen trouwen of kinderen adopteren, maar de rechtbank oordeelde dat dit geen wrede of onmenselijke behandeling inhoudt. Ook was niet gebleken dat homoseksuelen in Italië doelwit zijn van ernstige mensenrechtenschendingen zonder bescherming.
De rechtbank concludeerde dat geen bijzondere individuele omstandigheden waren die overdracht aan Italië onevenredig hard maken. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de overdracht aan Italië wordt ongegrond verklaard omdat geen schending van artikel 3 EVRM wordt geacht.