ECLI:NL:RBDHA:2018:6064
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet doorbetalen bezoldiging en ontslag wegens niet aanvragen WIA-uitkering
Verzoekster, sinds 2008 in dienst bij de gemeente Westland, meldde zich in 2013 ziek en heeft haar werk uiteindelijk volledig gestaakt. Verweerder besloot in 2015 om de doorbetaling van haar bezoldiging niet voort te zetten omdat verzoekster geen WIA-uitkering had aangevraagd. Dit besluit werd in bezwaar gehandhaafd. Daarnaast verleende verweerder in december 2017 ontslag op grond van het niet aanvragen van de WIA-uitkering, met een disciplinaire maatregel als subsidiair besluit.
Verzoekster vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening tegen beide besluiten. De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen sprake was van een actuele financiële noodsituatie die een spoedeisend belang zou rechtvaardigen voor het niet doorbetalen van de bezoldiging. Ook voor het ontslag was geen spoedeisend belang aanwezig, mede omdat verzoekster geen re-integratie nastreefde en geen relevante medische bewijsstukken waren overgelegd.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.