ECLI:NL:RBDHA:2018:5906
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag uitstel vertrek wegens medische redenen op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet
Eiseres, een Armeense vreemdeling, verzocht om toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 om uitstel van vertrek te verkrijgen vanwege medische redenen. Verweerder wees dit verzoek af op basis van een advies van het Bureau Medische Advisering (BMA), waarin werd geconcludeerd dat eiseres onder voorwaarden kan reizen en dat er slechts een kleine kans is op een medische noodsituatie bij uitblijven van behandeling.
Eiseres voerde aan dat het BMA-advies onvolledig en onvoldoende gemotiveerd was, verwijzend naar jurisprudentie waaronder het arrest Paposhvili, en stelde dat de noodzakelijke medische behandeling in Armenië niet beschikbaar of toegankelijk zou zijn. De rechtbank oordeelde dat eiseres deze stellingen onvoldoende had onderbouwd met medische stukken of contra-expertise en dat verweerder terecht het BMA-advies aan het besluit ten grondslag had gelegd.
De rechtbank stelde vast dat het BMA-advies zorgvuldig, inzichtelijk en concludent was en dat verweerder voldaan had aan zijn vergewisplicht. Ook oordeelde de rechtbank dat verweerder terecht had afgezien van het horen van eiseres in bezwaar omdat het bezwaar geen nieuwe concrete aanknopingspunten bevatte. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet 2000 is ongegrond verklaard.