ECLI:NL:RBDHA:2018:5872
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen weigering asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel Italië
Eiser diende op 28 januari 2018 een asielaanvraag in, maar verweerder weigerde deze in behandeling te nemen omdat Italië verantwoordelijk is voor de aanvraag op grond van de Dublinverordening. Uit Eurodac bleek dat eiser op 16 december 2017 Italië was binnengekomen. Verweerder vroeg Italië om terugname, maar deze reageerde niet tijdig, waardoor een fictief claimakkoord ontstond.
De rechtbank overwoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waardoor Nederland mag vertrouwen op de naleving van internationale verplichtingen door Italië. Alleen indien eiser aannemelijk maakt dat het asiel- en opvangsysteem in Italië ernstige tekortkomingen vertoont die een risico op schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro EU opleveren, kan hiervan worden afgeweken.
Eiser bracht diverse rapporten aan, maar deze waren onvoldoende om het vertrouwensbeginsel te doorbreken. De rechtbank volgde de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die stelt dat het vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië nog steeds geldt. Ook individuele omstandigheden van eiser waren onvoldoende om overdracht aan Italië als onevenredig hard te beschouwen.
De rechtbank wees het beroep af en oordeelde dat eiser zich bij klachten over Italië tot de Italiaanse autoriteiten en eventueel het Europees Hof voor de Rechten van de Mens moet wenden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de asielaanvraag is ongegrond verklaard omdat Italië verantwoordelijk blijft en het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt.