ECLI:NL:RBDHA:2018:5867
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiseres diende op 25 september 2017 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening Slowakije verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van de aanvraag. Nederland had een verzoek tot terugname bij Slowakije ingediend, dat door Slowakije werd aanvaard.
Eiseres stelde dat de beslissing te laat was genomen en verweerder een dwangsom verschuldigd zou zijn op grond van artikel 42 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Tevens voerde zij aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing zou zijn omdat Slowakije zich niet aan Europese afspraken zou houden.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat Slowakije gebonden is aan internationale verdragen en Europese richtlijnen. De enkele omstandigheid dat Slowakije zich verzet tegen bepaalde asielverdelingsafspraken is onvoldoende om het vertrouwensbeginsel te doorbreken. De termijn voor besluitvorming was niet onredelijk lang, omdat de termijn pas begint te lopen zodra Nederland verantwoordelijk is, wat hier niet het geval was.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is geen dwangsom verschuldigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard omdat Slowakije verantwoordelijk is en de beslistermijn niet onredelijk is overschreden.