ECLI:NL:RBDHA:2018:5824
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, met de Gambiaanse nationaliteit, diende op 29 november 2017 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Spanje volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiser voerde aan dat bij het aanmeldgehoor geen registertolk werd gebruikt, wat in strijd zou zijn met de Wet beëdigde tolken en vertalers. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris dit in het bestreden besluit voldoende had gemotiveerd en dat eiser geen bewijs leverde dat hij de tolk niet goed begreep of onvoldoende gelegenheid had zijn verhaal te doen.
Verder stelde eiser dat Spanje zijn asielverzoek niet deugdelijk zou behandelen, mede vanwege zijn seksuele geaardheid en bedreigingen door landgenoten. De rechtbank vond echter geen concrete aanwijzingen voor systematische tekortkomingen in Spanje en bevestigde het interstatelijk vertrouwensbeginsel.
Ook de medische omstandigheden van eiser werden beoordeeld; de rechtbank vond dat de medische zorg in Spanje gelijkwaardig is en dat geen bijzondere omstandigheden bestonden om de asielaanvraag in Nederland te behandelen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.