ECLI:NL:RBDHA:2018:582
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding bij aanstelling tijdelijk dienstverband
Opposante was aangesteld voor een tijdelijk dienstverband van 25 november 2015 tot 31 juli 2016. Zij diende een beroepschrift in tegen dit besluit, dat door de rechtbank werd doorgezonden als bezwaarschrift. Het bestuur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk vanwege termijnoverschrijding. Opposante stelde beroep in, dat kennelijk ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde zij verzet in tegen deze uitspraak.
De rechtbank beoordeelt in deze verzetsprocedure of het beroep terecht kennelijk ongegrond is verklaard. Opposante voerde aan dat zij het besluit te laat ontving omdat het onaangetekend werd verzonden naar een studentenhuis waar post vaak op een hoop ligt. De rechtbank oordeelt dat dit risico voor opposante zelf komt, evenals het feit dat zij tijdens vakantie geen post heeft geregeld.
De rechtbank stelt vast dat opposante op 16 augustus 2016 op de hoogte was van het besluit, maar pas op 25 september 2016 het beroepschrift verstuurde. Zij gaf geen verschoonbare reden voor de overschrijding van de termijn. Daarom is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en blijft de uitspraak van 5 september 2017 in stand. Het verzet wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het bezwaar blijft niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding zonder verschoonbare reden.