ECLI:NL:RBDHA:2018:5789
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op militair invaliditeitspensioen wegens ontbreken PTSS-diagnose in 2011
Eiser, voormalig dienstplichtig militair uitgezonden naar voormalig Joegoslavië, verzocht in 2010 om een militair invaliditeitspensioen (MIP) vanwege psychische klachten en een vermoeden van PTSS. Een verzekeringsgeneeskundig onderzoek in 2011 concludeerde dat er geen PTSS was, maar een periodieke explosieve stoornis zonder oorzakelijk verband met de dienst. Verweerder wees het pensioenverzoek af en handhaafde dit in bezwaar.
In 2015 werd een nieuw onderzoek gedaan waarbij chronische PTSS met verlaat begin werd vastgesteld. Eiser stelde dat het pensioen met terugwerkende kracht toegekend moest worden vanaf 2010 of 2009. De rechtbank oordeelde dat de diagnose uit 2011 zorgvuldig was onderbouwd en dat de latere diagnose geen bewijs leverde dat de eerdere diagnose onjuist was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank nam ook kennis van de lange bezwaarperiode van bijna zes jaar en het feit dat in 2015 alsnog een invaliditeitspensioen werd toegekend. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak werd gedaan door rechter Kleijn op 16 mei 2018.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het militair invaliditeitspensioen wordt ongegrond verklaard.