Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 8 mei 2018 in de zaak tussen
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2018.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Poolse staatsburger, werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van dertig maanden voor geweldsmisdrijven gepleegd in 2012. Op grond hiervan heeft verweerder zijn verblijfsrecht op grond van het Unierecht beëindigd en hem ongewenst verklaard. Eiser stelde dat verweerder onvoldoende zorgvuldig had gehandeld door hem niet vooraf te wijzen op tekortkomingen in de door hem overgelegde stukken tijdens bezwaar en dat zijn situatie inmiddels was veranderd.
De rechtbank oordeelde dat er geen wettelijke verplichting bestond voor verweerder om eiser voorafgaand aan het besluit te informeren over gebreken in de stukken. Verweerder had bovendien voldoende gemotiveerd dat eiser een actuele en ernstige bedreiging voor de openbare orde vormde, mede gelet op de aard van de gepleegde misdrijven, de duur van de straf en het ontbreken van berouw.
Hoewel eiser verbeterd gedrag in detentie had getoond en aanvullende documenten overgelegd had, achtte de rechtbank deze omstandigheden onvoldoende om af te zien van beëindiging van het verblijfsrecht. De rechtbank verwierp ook het betoog dat verweerder niet naar de actuele situatie had gekeken en bevestigde dat de motivering van het bestreden besluit toereikend was. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot beëindiging van het verblijfsrecht en ongewenstverklaring is ongegrond verklaard.