ECLI:NL:RBDHA:2018:5513
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen intrekking verblijfsvergunning en beëindiging toeslagen
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 5 oktober 2016 waarbij haar reguliere verblijfsvergunning en die van haar dochter werden ingetrokken. Dit bezwaar werd bij besluit van 28 februari 2018 ongegrond verklaard. Verzoekster stelde vervolgens beroep in tegen dit bestreden besluit en verzocht om een voorlopige voorziening die de rechtsgevolgen van het besluit schorst totdat het beroep is beslist.
De voorzieningenrechter overwoog dat op grond van artikel 8:81 Awb Pro een voorlopige voorziening kan worden getroffen indien onverwijlde spoed dat vereist. Gelet op het feit dat de Belastingdienst alle toeslagen van verzoekster heeft beëindigd en de voorschotbedragen heeft teruggevorderd wegens het ontbreken van rechtmatig verblijf, was er sprake van spoedeisend belang.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het beroep niet kansloos is en dat het belang van verzoekster om de uitkomst van het beroep af te wachten zwaarder weegt dan het belang van de Belastingdienst om de toeslagen per direct te beëindigen. Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen waardoor de uitzetting van verzoekster wordt opgeschort totdat het beroep is behandeld.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en de uitspraak werd in het openbaar gedaan op 8 mei 2018.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen waardoor de uitzetting van verzoekster wordt opgeschort pending het beroep.