ECLI:NL:RBDHA:2018:54
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning voor verblijf bij echtgenote wegens niet voldoen aan middelenvereiste
Eiser, met de Turkse nationaliteit, verzocht om een reguliere verblijfsvergunning in Nederland om bij zijn echtgenote te verblijven, die zowel de Turkse als Nederlandse nationaliteit bezit. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees de aanvraag af op grond van het niet voldoen aan het middelenvereiste. Eiser maakte bezwaar tegen deze beslissing, maar dit bezwaar werd eveneens ongegrond verklaard.
Eiser stelde dat hij en zijn echtgenote wel over voldoende inkomen beschikten om in hun levensonderhoud te voorzien en dat het inkomensvereiste niet zo strikt moest worden toegepast dat het het recht op gezinshereniging zou ondermijnen, verwijzend naar het arrest Chakroun van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Tevens voerde hij aan dat onvoldoende rekening was gehouden met het belang van het kind en het recht op gezinsleven zoals beschermd door artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht had geconcludeerd dat eiser en zijn echtgenote niet aannemelijk hadden gemaakt dat zij beschikten over duurzame en voldoende middelen van bestaan. Het beroep op het arrest Chakroun faalde omdat eiser niet had aangetoond dat zij met minder dan de inkomensnorm konden rondkomen. Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro werd verworpen omdat verweerder hierover een gemotiveerd standpunt had ingenomen en eiser dit niet had weersproken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter M. Soffers op 4 januari 2018.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning voor verblijf bij de echtgenote wordt ongegrond verklaard.