ECLI:NL:RBDHA:2018:5311
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering opheffing inreisverbod wegens gevaar openbare orde
Eiser, een Nigeriaanse staatsburger, diende een verzoek in tot opheffing van een tienjarig inreisverbod dat hem was opgelegd na afwijzing van zijn verblijfsvergunningaanvraag en eerdere asielaanvraag. Het inreisverbod was onherroepelijk vastgesteld na eerdere rechterlijke uitspraken en bevestiging door de Raad van State.
Eiser stelde dat er nieuwe feiten en omstandigheden waren, waaronder rapporten over zijn gezinssituatie in Nederland en de geboorte van een tweede kind, die opheffing van het inreisverbod rechtvaardigden. Verweerder heeft echter het verzoek afgewezen omdat eiser niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 6.5b van het Vreemdelingenbesluit 2000, met name het vereiste dat hij ten minste de helft van de inreisverbodsperiode buiten de EU verbleef, en omdat hij een gevaar vormt voor de openbare orde.
De rechtbank oordeelde dat verweerder ten onrechte een toets aan artikel 8 EVRM Pro en artikel 1F Vluchtelingenverdrag had uitgevoerd, aangezien die niet van toepassing zijn op verzoeken tot opheffing van een inreisverbod. De beroepsgronden die hierop steunden konden daarom niet slagen. Tevens was geen hoorplicht geschonden. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van de opheffing van het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.