ECLI:NL:RBDHA:2018:5292
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering asielaanvraag op grond van Dublinverordening en leeftijdsdispuut
Eiser, van Eritrese nationaliteit, vroeg asiel aan in Nederland en gaf aan minderjarig te zijn. Verweerder weigerde de aanvraag in behandeling te nemen omdat Duitsland verantwoordelijk is op grond van de Dublinverordening, na vaststelling via Eurodac dat eiser eerder in Duitsland een asielaanvraag had gedaan. Eiser voerde aan dat hij niet meerderjarig is en dat verweerder ten onrechte geen leeftijdsonderzoek heeft verricht. Ook stelde hij psychische problemen en risico op indirecte uitzetting naar Eritrea aan de orde.
De rechtbank oordeelde dat de registratie van de geboortedatum in Duitsland betrouwbaar is en dat eiser onvoldoende bewijs leverde van zijn minderjarigheid. Een schoolrapport werd niet als identificerend document erkend. Ook waren er geen recente medische documenten om de psychische problemen te onderbouwen. De vrees voor indirecte uitzetting werd onvoldoende onderbouwd, mede gelet op het claimakkoord met Duitsland.
Verder was er geen bewijs dat eiser slachtoffer is van orgaanhandel in Libië dat tot opsporingsonderzoek heeft geleid. De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht geen toepassing gaf aan artikel 8 van Pro de Dublinverordening en dat het beroep ongegrond is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt bevestigd.