ECLI:NL:RBDHA:2018:5243
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens ontbreken rechtmatig gezag en middelenvereiste
Eisers, Somalische meerderjarige kinderen, vroegen via hun biologische moeder (referente) een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan voor verblijf bij familie. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat referente niet voldeed aan het middelenvereiste en geen rechtmatig gezag over de eisers kon aantonen.
De rechtbank overwoog dat eisers ten tijde van de aanvraag minderjarig waren en geen documenten konden overleggen waaruit het gezag bleek. De stelling dat zij inmiddels meerderjarig zijn en daarom geen toestemming nodig hebben, faalde. Ook het beroep op het arrest Ruiz Zambrano en artikel 8 EVRM Pro werd verworpen, omdat geen sprake was van een positieve verplichting tot verblijf en de belangenafweging in het voordeel van de staatssecretaris uitviel.
Verder oordeelde de rechtbank dat de hoorplicht niet was geschonden omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de mvv gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.