ECLI:NL:RBDHA:2018:5173
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening na niet-ontvankelijkverklaring beroepen verblijfsvergunning asiel
Verzoekers hebben een voorlopige voorziening gevraagd tegen de besluiten van 30 maart 2018 waarbij hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling zijn genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank heeft de beroepen van verzoekers niet-ontvankelijk verklaard in een andere procedure. Tijdens de zitting op 24 april 2018 zijn verzoekers niet verschenen en is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat op hun beroepen reeds een beslissing is genomen.
De voorzieningenrechter motiveert dat het ontbreken van ontvankelijkheid van de beroepen betekent dat een voorlopige voorziening niet kan worden toegewezen. De uitspraak is mondeling gedaan en direct ter zitting bekendgemaakt. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
De zaak betreft bestuursrecht en vreemdelingenrecht, waarbij de verantwoordelijkheid voor de asielaanvragen bij Duitsland ligt en de Nederlandse staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvragen niet in behandeling heeft genomen. De procedure verliep zonder aanwezigheid van verzoekers na terugtrekking van hun gemachtigde.
Uitkomst: Verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen omdat op de beroepen van verzoekers reeds is beslist.