Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 april 2018 in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres,
[zoon]
Rechtbank Den Haag
Eiseres, met de Syrische en Venezolaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. Zij stelde dat zij vanwege geweld in Venezuela en Syrië bescherming zocht. Verweerder oordeelde dat zij geen vluchteling was omdat zij in Venezuela geen persoonlijke problemen had die internationale bescherming vereisten. Tevens werd vastgesteld dat eiseres haar geldige Venezolaanse paspoort te kwader trouw had vernietigd, wat de aanvraag als kennelijk ongegrond deed afwijzen.
De rechtbank bevestigde dat Venezuela als land van herkomst terecht was gekozen en dat eiseres geen concrete vrees voor vervolging of ernstige schade aannemelijk had gemaakt. Haar vrees voor ontvoering van haar zoon was onvoldoende onderbouwd. Ook de Arabische afkomst en het alleenstaande vrouw-zijn van eiseres werden niet als grond voor bescherming erkend.
Het rapport van de UNHCR over Venezolanen bood geen aanleiding tot een andere conclusie. Door het moedwillig vernietigen van haar paspoort had eiseres verweerder de mogelijkheid ontnomen om haar reisgeschiedenis te verifiëren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van vluchtelingenstatus en het moedwillig vernietigen van haar paspoort.