ECLI:NL:RBDHA:2018:5048
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ontbreken vluchtelingenstatus en kwade trouw paspoortvernietiging
Eiseres, met de Syrische en Venezolaanse nationaliteit, vroeg asiel aan in Nederland na verblijf in Venezuela en Syrië. Verweerder wees de aanvraag af op grond van artikel 30b Vreemdelingenwet 2000, omdat eiseres geen vluchteling is volgens het Vluchtelingenverdrag en zich te kwader trouw van haar Venezolaanse paspoort heeft ontdaan.
De rechtbank oordeelt dat Venezuela als land van herkomst terecht is getoetst, aangezien eiseres daar het grootste deel van haar leven heeft gewoond en geen persoonlijke problemen heeft ondervonden die internationale bescherming rechtvaardigen. De vrees voor ontvoering en problemen vanwege haar Arabische afkomst zijn onvoldoende concreet onderbouwd.
Ook het argument dat zij als alleenstaande vrouw risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro faalt. Het rapport van de UNHCR over Venezolanen leidt niet tot een algemene vrees voor vervolging. Het moedwillig vernietigen van het paspoort wordt gezien als kwade trouw, waardoor de aanvraag terecht als kennelijk ongegrond is afgewezen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van vluchtelingenstatus en kwade trouw paspoortvernietiging.