ECLI:NL:RBDHA:2018:5047
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag op grond van kennelijke ongegrondheid wegens paspoortvernietiging en onvoldoende vluchtelingenstatus
Eiseres, met de Syrische en Venezolaanse nationaliteit, vroeg asiel aan in Nederland nadat zij vanwege geweld en discriminatie in Venezuela en Syrië was vertrokken. Verweerder wees haar aanvraag af omdat zij zich zonder noodzaak van haar geldige Venezolaanse paspoort had ontdaan en onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij als vluchteling bescherming nodig had.
De rechtbank oordeelde dat Venezuela het juiste land van herkomst was, gezien haar langdurige verblijf en nationaliteit. De rechtbank vond de discriminatie vanwege haar Arabische etniciteit onvoldoende zwaarwegend en concludeerde dat zij geen reëel risico liep op ernstige schade bij terugkeer. Ook de vrees voor ontvoering was onvoldoende concreet onderbouwd.
Verder was het vernietigen van het paspoort zonder dwang een zwaarwegend feit, waardoor verweerder terecht de aanvraag als kennelijk ongegrond kon afwijzen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door rechter J.F.I. Sinack op 16 april 2018 en is aan partijen toegezonden. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard vanwege onvoldoende risico op vervolging en moedwillige paspoortvernietiging.